Persoonlijke Financiën

Je spaargeld wordt dit jaar stilletjes minder waard

· 5 min leestijd

Je saldo op de spaarrekening ziet er dit jaar prima uit. De rente ging omhoog, dus elke maand komt er netjes wat bij. Toch koop je voor dat geld minder dan een jaar geleden. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is precies wat er nu gebeurt bij de meeste Nederlandse spaarders. De inflatie stijgt harder dan de rente die banken uitkeren, en dat verschil vreet stilletjes aan je koopkracht.

De rente steeg, maar de inflatie steeg harder

ING, ABN AMRO en Rabobank betalen op een gewone spaarrekening op dit moment tussen de 1,25 en 1,5 procent rente. Dat is meer dan een paar jaar terug, toen spaarders nog met 0,1 procent genoegen moesten nemen. Het probleem zit niet in die rente op zich, maar in wat ertegenover staat. Volgens het CBS steeg de inflatie in juli 2026 naar 3,2 procent, na een piek van 3,5 procent in mei. Zelfs in de rustigere maanden bleef de prijsstijging boven de 2,8 procent hangen.

Dat betekent dat je spaargeld op papier groeit, maar in koopkracht krimpt. Elke euro die je vandaag wegzet, is over een jaar minder waard dan de rente je laat geloven. Economen noemen dit een negatieve reële rente, en die is er nu al bijna vier jaar op rij.

Wat dit concreet kost bij 10.000 euro spaargeld

Reken het maar na. Bij een spaarrente van 1,3 procent en een inflatie van 3 procent verlies je netto zo'n 1,7 procentpunt aan koopkracht per jaar. Op 10.000 euro spaargeld is dat bijna 170 euro die stilletjes verdwijnt, ondanks dat je rekeningoverzicht een plusje laat zien. De Nederlandsche Bank gaat in haar voorjaarsraming uit van een gemiddelde inflatie van 2,7 procent voor heel 2026, met een kerninflatie die weliswaar daalt maar boven de 2 procent blijft. Ook in dat scenario blijft de spaarrente structureel achter.

Voor wie net een financiële buffer heeft opgebouwd, is dat een vervelende boodschap. Het geld staat veilig, maar het groeit niet mee met wat je ervoor kunt kopen.

Waarom Nederlandse banken structureel achterblijven

De grootbanken hebben weinig prikkel om hun spaarrente snel te verhogen. Ze halen al genoeg spaargeld binnen zonder dat te hoeven doen, en de concurrentie tussen ING, ABN AMRO en Rabobank is op dit vlak beperkt. Buitenlandse banken zijn vaak scherper. Zo biedt de Duitse Consorsbank via spaarplatforms momenteel rond de 3,4 procent, een tarief waarmee je de inflatie bijna volledig compenseert. Duitse spaarders zitten overigens in hetzelfde schuitje als wij: ook daar ligt de gemiddelde spaarrente structureel onder de prijsstijging.

Het verschil tussen een Nederlandse grootbank en een Europese aanbieder kan dus zomaar twee procentpunt rente per jaar schelen. Op een fatsoenlijk spaarsaldo is dat geen rondingsverschil.

Toch is overstappen niet voor iedereen vanzelfsprekend. Een rekening bij een buitenlandse bank opent, betekent vaak wennen aan een andere app, een andere klantenservice en soms een langere wachttijd voordat je geld weer op je Nederlandse rekening staat. Voor spaargeld dat je als buffer achter de hand houdt, telt toegankelijkheid net zo zwaar mee als een paar tienden procent extra rente. Wie zijn buffer nooit aanraakt en puur op rendement uit is, heeft daar minder last van.

Zo houd je wel grip op je koopkracht

Helemaal voorkomen dat inflatie aan je spaargeld knaagt, lukt zelden. Wel kun je het effect beperken. Vergelijk eerst je huidige rente met wat spaarplatforms als Raisin bieden voor buitenlandse deposito's, vaak met dezelfde Europese depositogarantie tot 100.000 euro. Overweeg daarnaast om niet al je geld op een vrij opneembare rekening te laten staan. Een deposito met een vaste looptijd van een of twee jaar levert doorgaans net dat extra procentpunt op dat het verschil maakt.

Wie meer risico aankan, kijkt ook verder dan sparen alleen. Een deel van je vermogen spreiden over aandelen, obligaties of zelfs een inflatiegevoelige belegging zoals goud kan helpen om op de lange termijn koopkracht te behouden. Dat is geen garantie, maar wie alles op sparen zet, weet nu al dat de inflatie een structureel nadeel oplevert. Ook het slim verdelen van je spaargeld over verschillende rekeningen en looptijden loont, zeker nu de rentes tussen aanbieders zo uiteenlopen.

Dit is wat je deze maand kunt checken

Log in op je spaarrekening en vergelijk je huidige rente met het laatste inflatiecijfer van het CBS. Sta je in de min, dan is dat geen reden voor paniek, maar wel een goed moment om te kijken of je spaargeld optimaal is verdeeld. Zet niet alles vast, maar laat ook niet alles vrij opneembaar staan tegen het laagste tarief van je bank. Een half uur vergelijken kan je op jaarbasis zomaar een paar honderd euro schelen, en dat compenseert een flink deel van wat de inflatie dit jaar van je koopkracht afsnoept.

Blijf ook de komende maanden alert. De inflatie schommelde dit jaar fors, van 2,9 procent in juni naar 3,2 procent in juli en zelfs boven de 3 procent in augustus. Zolang die cijfers hoger blijven dan wat je bank uitkeert, verandert er weinig aan het grotere plaatje. Wie zijn spaargeld eens per kwartaal checkt in plaats van eens per jaar, ziet dat verschil eerder en kan sneller schakelen.

R
Geschreven door Ruben Visser Financieel Hoofdredacteur

Ruben is het type dat als twaalfjarige al een spaarbankboekje had en zijn zakgeld investeerde in een mislukte limonade-stand die hem meer leerde dan welke economiecursus dan ook. Hij studeerde bedrijfseconomie in Groningen en werkte tien jaar in de financiele sector voordat hij de overstap maakte naar schrijven. Zijn specialiteit is complexe financiele concepten uitleggen alsof je in de kroeg zit met een slimme vriend. Hij is openhartig over zijn eigen beleggingsfouten, inclusief die keer dat hij all-in ging op een aandeel dat de volgende dag kelderde. Ruben woont in Leiden en is buiten werktijd een fanatiek schaakspeler.