Persoonlijke Financiën

Steeds meer Nederlanders komen moeilijk rond

· 6 min leestijd

Het Nibud publiceerde deze zomer zijn jaarlijkse onderzoek "Geldzaken in de praktijk" en de cijfers liegen er niet om. Waar in 2024 nog 32 procent van de Nederlandse huishoudens aangaf moeite te hebben met rondkomen, is dat nu 38 procent. Het aandeel mensen dat zich zorgen maakt over de eigen financiële situatie steeg van 27 naar 33 procent. Geen incidentele uitschieter, maar een trend die volgens het instituut breder wordt gedragen dan een jaar geleden.

Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder ruim 2.500 Nederlanders tussen de 18 en 75 jaar, en geeft daarmee een redelijk representatief beeld van hoe het land er financieel voor staat. En dat beeld is somberder dan de gemiddelde inflatiecijfers doen vermoeden.

Boodschappen zijn het eerste dat pijn doet

Wat opvalt in het rapport: 41 procent van alle huishoudens zegt moeite te hebben met het betalen van boodschappen. Onder de groep die al aangeeft moeilijk rond te komen, loopt dat percentage op tot 81 procent. Boodschappen zijn dus vaak het eerste signaal dat een huishouden krap zit, nog voordat de hypotheek of huur in gevaar komt.

Ook het spaargedrag verandert. Een derde van de huishoudens heeft 2.500 euro of minder op de spaarrekening staan, en bijna een kwart komt niet verder dan 1.000 euro. Dat is geen buffer voor een kapotte wasmachine, laat staan voor een paar maanden zonder inkomen. Wil je zelf weten hoe je stap voor stap een buffer opbouwt, ook met een klein maandbudget, dan is dat een goed startpunt.

Jongvolwassenen worden het hardst geraakt

De cijfers onder jongeren zijn nog opvallender. Bij 18 tot 30-jarigen steeg het aandeel dat moeilijk rondkomt van 40 procent in 2024 naar 54 procent nu. Bij huishoudens met een laag inkomen ligt dat percentage zelfs op 62 procent. Deze groepen combineren vaak hoge vaste lasten, zoals huur, met een inkomen dat de afgelopen jaren niet in hetzelfde tempo is meegegroeid als de kosten van levensonderhoud.

Een kwart van alle huishoudens gaf aan het afgelopen jaar minstens één rekening niet op tijd te hebben kunnen betalen. Twee jaar geleden was dat nog 17 procent. NOS besteedde er uitgebreid aandacht aan en wees op het risico dat betalingsachterstanden zich opstapelen: wie de ene rekening laat lopen, komt vaak ook bij de volgende in de problemen.

Waarom dit anders is dan de inflatiecijfers

De officiële inflatie in Nederland is het afgelopen jaar gedaald ten opzichte van de piek van 2023, maar dat zegt weinig over wat huishoudens daadwerkelijk merken. Boodschappen, energie en huur zijn juist de kostenposten die harder zijn gestegen dan het gemiddelde prijsindexcijfer, en dat zijn precies de uitgaven waar je niet makkelijk op kunt besparen. Een lagere landelijke inflatie voelt dus niet als verlichting als je vaste lasten harder zijn gestegen dan je salaris.

Daar komt bij dat de rente op spaarrekeningen de afgelopen tijd is gedaald. Wie wel iets kon reserveren, ziet dat geld nu minder hard groeien. Overweeg je waar je spaargeld het beste kan staan, lees dan ook hoe je meer uit je spaargeld haalt nu de rente terugloopt.

Wat de politiek eraan probeert te doen

Het kabinet grijpt via meerdere kanalen in. Het minimumloon stijgt per januari 2026, en er komen aanpassingen in toeslagen en pensioenregels die voor sommige huishoudens verschil maken. Het Nibud wijst er zelf op dat losse maatregelen zelden genoeg zijn om de trend te keren zolang vaste lasten sneller stijgen dan inkomens. Ook op pensioengebied verandert er dit jaar het nodige; wat er in 2026 verandert aan je pensioen lees je in een eerder artikel.

Wat je hier zelf mee kunt

Cijfers over de gemiddelde Nederlander zeggen niet automatisch iets over jouw situatie, maar de trend is wel een goed moment om je eigen buffer en vaste lasten tegen het licht te houden. Twee vragen zijn daarbij het meest bruikbaar: kun je een onverwachte rekening van 500 euro morgen betalen zonder rood te staan, en hoeveel van je maandelijkse uitgaven zijn eigenlijk vast versus flexibel?

Wie op die twee vragen geen goed antwoord heeft, doet er verstandig aan om niet te wachten op een nieuw Nibud-rapport volgend jaar. Een paar tientjes per maand opzij zetten voelt misschien nutteloos klein, maar het verschil tussen geen buffer en een kleine buffer is precies het verschil tussen een noodgeval en een tegenslag die je gewoon opvangt.

R
Geschreven door Ruben Visser Financieel Hoofdredacteur

Ruben is het type dat als twaalfjarige al een spaarbankboekje had en zijn zakgeld investeerde in een mislukte limonade-stand die hem meer leerde dan welke economiecursus dan ook. Hij studeerde bedrijfseconomie in Groningen en werkte tien jaar in de financiele sector voordat hij de overstap maakte naar schrijven. Zijn specialiteit is complexe financiele concepten uitleggen alsof je in de kroeg zit met een slimme vriend. Hij is openhartig over zijn eigen beleggingsfouten, inclusief die keer dat hij all-in ging op een aandeel dat de volgende dag kelderde. Ruben woont in Leiden en is buiten werktijd een fanatiek schaakspeler.